Door op de torens of stedennamen in de navigatiebalk te klikken krijgt u meer info over de betreffende carillons

Carillon/ Beiaard

Een carillon is het grootste en zwaarste muziekinstrument ter wereld. Het bestaat uit minimaal 23 gestemde bronzen klokken, bespeeld met een stokkenklavier. In het Vlaams heet het instrument ‘beiaard’, in Nederland worden de benamingen carillon, beiaard en klokkenspel door elkaar heen gebruikt. De bespeler van een carillon of beiaard heet beiaardier.  

Rond het jaar 800 voerde Karel de Grote vanuit Aken het gebruik van klokken in zijn rijk in. Klokken werden door de eeuwen heen een statusobject waarmee steden met luider klank konden prijken met hun rijkdom en grootsheid. 

Aan het begin van de 16e eeuw hingen er zoveel klokken in de toren dat men er liederen op ging spelen. Zo ontstond in de Zuidelijke Nederlanden het carillon, nog steeds een typisch volksinstrument van Vlaanderen en Nederland. Reeds in 1555 bezat de Servaaskerk in Maastricht een volwaardig carillon. In de 17e en 18e eeuw werden de carillons door verbeterde giet- en stemtechnieken steeds mooier van klank, met de beroemde klokkengieters Hemony (Maastricht, stadhuiscarillon) en VandenGheyn (Hasselt, kathedraal) als hoogtepunt.

In de 20e eeuw zijn er in de beide Limburgen en Aken enkele concertcarillons van uitmuntende kwaliteit bijgekomen. De carillons van St. Servaasbasiliek in Maastricht en het Rathaus in Aken zijn gegoten door Eijsbouts in Asten. De beiaard van de St. Martinuskerk in Weert, gegoten door Petit&Fritsen, is met 20.000 kg aan bronzen klokken het zwaarste instrument van de Euregio.

Tevens bezit de Euregio een uniek carillon, namelijk het mobiel carillon van Frank Steijns. Dit instrument bestaat uit 41 klokken en werd ontworpen in 2006 in opdracht van André Rieu, speciaal om indoor-concerten te kunnen geven. Het instrument legde in de eerste jaren van zijn bestaan reeds meer dan 70000 kilometer af!